Geachte heer minister,
In uw brief van 23 januari 2008 schrijft u me dat u mijn bezorgdheid ten aanzien van de mensenrechtensituatie in Iran deelt. Dat stemt me hoopvol.
U deelt eveneens mee dat u in het verleden meermaals uiting gaf aan uw verontwaardiging naar aanleiding van een aantal bijzonder verwerpelijke gevallen van schending van de mensenrechten, waaronder steniging.
Zaterdag laatstleden mocht ik nog vaststellen dat u mee in de bres springt voor een ter dood veroordeelde Afghaanse journalist. Ook dit initiatief verheugt me.
Nu bereiken mij berichten dat vorige week twee Iraanse zussen van respectievelijk 27 en 28 jaar, Zohreh Kabiri en Azar Kabiri, veroordeeld werden tot de dood door steniging, omwille van overspel. De zussen ‘kregen’ hiervoor elk reeds 99 zweepslagen.
Meneer de minister, kan u via uw kanalen nagaan of deze feiten kloppen? Indien dat het geval is, mag ik u dan vriendelijk maar dringend verzoeken om tussenbeide te komen door onder meer de Ambassadeur van Iran in Brussel te ontbieden en hem met de situatie van beide vrouwen - en met hen de andere vrouwen en mannen die wachten op de uitvoering van hun executie door steniging – te confronteren?
Dergelijke barbaarse praktijken kunnen nooit getolereerd worden, wat ook de ‘misdaad’ zou zijn. Kunnen we dit zeer duidelijke standpunt, dat u ongetwijfeld mee onderschrijft, ondubbelzinnig overbrengen?
Ik dank u alvast om hiertoe al het mogelijke te doen.
Met achtingsvolle groeten,
Els Schelfhout
Senator
U moet ingelogd zijn om commentaar te geven. Eerst registreren als u nog geen account hebt.
















Woensdag 08 Februari 2012 03:59