| | IranActua Portaal | IranActua Nieuws | IranActua Encyclopedie | IranActua Mail | IranActua Pagina | IranActua TV |  

IranActua Nieuws

-- Nieuwswebsite over Iran in het Nederlands --

Woensdag 8 februari 2012

Laatste Nieuws:
HOME België Politiek Gesprek tussen Van Rompuy en De Gucht over Iraanse oppositiegroep

Gesprek tussen Van Rompuy en De Gucht over Iraanse oppositiegroep

E-mail Afdrukken PDF
IA-SHARE

 

Protestactie van duizenden Iraniërs in Brussel op 27 januari 2009

BRUSSEL - CD&V-senator Dirk Claes maakte in zijn interview met VRT vorige week dinsdag allusies aan een mogelijk gesprek tussen Premier Van Rompuy en Minister De Gucht over De Gucht’s uitspraken over de Volksmojahedin van Iran, na de schrapping van de organisatie van de terrorismelijst van EU. Maar zo’n gesprek vond al plaats in de Kamer op 12 april 2005 tussen de twee.


Tijdens de vraagbeantwoording van toenmalig Kamerslid Herman Van Rompuy aan Minister De Gucht, geeft De Gucht onrechtstreeks toe dat er politieke redenen achter de benoeming van de Volksmojahedin op de lijst van terroristische organisatie was.

Hieronder vindt u wat er toen hierover werd gezegd, rechtstreeks overgenomen van het archief van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, document 'CRIV 51 COM 556', Kamer’s derde zitting van de 51ste zittingsperiode:

Vraag van de heer Herman Van Rompuy aan de minister van Buitenlandse Zaken over "de Iraanse oppositie en de EU-lijst van terroristische organisatie" (nr. 6198)

Herman Van Rompuy (CD&V): Mijnheer de minister, u hebt de tekst van mijn vraag gekregen. Het is niet nodig om hem te overlopen. Ik wil er wel enkele woorden commentaar aan toevoegen. Onder meer het Europees Parlement heeft gepleit – dit lijkt mij een heel belangrijk argument te zijn – voor een herziening van de lijst van terroristische organisaties, waarop onder meer de Moedjahedien van het Volk figureerde. De Moedjahedien van het Volk figureerde trouwens ook op de lijst van terroristische organisaties in de Verenigde Staten.

Het Europees Parlement heeft er grote twijfels over of het wel de goede groeperingen zijn die op de lijst figureren. Ik verwijs onder meer naar de groeperingen die ik heb vermeld. Mijn vraag is welke stappen wij desgevallend zullen doen om binnen de Europese Unie het debat op gang te brengen, met het oog op de actualisering van de lijst.

Minister Karel De Gucht: Mijnheer Van Rompuy, de Belgische regering zet zich in diverse fora, waaronder de VN-commissie Mensenrechten en de Europese Unie, actief in voor de eerbiediging van de mensenrechten. Dat geldt ook voor Iran. In de conclusies van de Raad Algemene Zaken van 13 en 14 december jongstleden onderstreepte de Raad zijn volle steun voor het onderhandelingsproces inzake een handels- en samenwerkingsakkoord met Iran, doch gekoppeld aan parallelle onderhandelingen over een politiek akkoord waarin de strijd tegen het terrorisme en de eerbiediging van de mensenrechten prominent voorkomen.

Sinds einde 2002 heeft de EU met Iran eveneens een dialoog aangevat inzake mensenrechten. Bovendien heb ik in december 2004 aan de nieuwe Iraanse ambassadeur uitleg gevraagd over een aantal specifieke gevallen waarbij een vermoeden tot schending van mensenrechten bestond. Ook de ambtelijke bilaterale consultaties met Iran laten toe om dat schema ter sprake te brengen.

Toen ik de Iraanse ambassadeur uitleg vroeg over drie specifieke gevallen waarbij vrouwen, veeleer jonge meisjes, dreigden veroordeeld te worden wegens overspel en prostitutie, volgde een uitvoerig en vrij geruststellend antwoord.

De Iraanse oppositie, de National Council for Resistance of Iran wordt in België niet van overheidswege bestreden. Getuige daarvan de recente manifestaties die door het NCRI in ons land op het getouw zijn gezet.

De lijst betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme is verbonden aan het gemeenschappelijk standpunt 931 van 27 december 2001. Het gaat om een lijst van maatregelen waaraan specifieke juridische gevolgen zijn verbonden, inzonderheid de bevriezing van tegoeden. Deze lijst wordt opgesteld door de Raad op basis van zeer duidelijk omschreven criteria. Er moeten welbepaalde inlichtingen of dossierelementen zijn die aantonen dat door een bevoegde instantie een beslissing is genomen ten aanzien van bedoelde personen, groepen of entiteiten, ongeacht of het gaat om de inleiding van een onderzoek of een vervolging wegens terroristische daden op grond van bewijzen of serieuze en geloofwaardige aanwijzingen dan wel om een veroordeling wegens dergelijke feiten. Onder bevoegde instantie wordt verstaan een gerechtelijke instantie of indien gerechtelijke instanties terzake geen bevoegdheid bezitten, een gelijkwaardige op dat terrein bevoegde instantie.Ten slotte geeft het GS ook een nauwkeurige definitie van het begrip "terroristische daad".

Alvorens de Raad met eenparigheid besluit om een naam op de lijst op te nemen, wordt door de respectieve bevoegde nationale instanties der lidstaten grondig onderzocht of de voorgelegde informatie over betrokkenen voldoet aan de opgesomde criteria. Ook voor de opname op deze lijst, in mei 2002, van de Mujahedin-e Khalq Organisatie, de MKO, werd de hierboven beschreven procedure gevolgd. Het NCRI werd niet op deze lijst opgenomen. Bijgevolg zijn de restrictieve maatregelen enkel van toepassing op de gewapende arm MKO. Om dwingende redenen van openbaar belang zijn alle documenten en bijzonderheden betreffende bovengenoemde procedure echter strikt vertrouwelijk zolang de Raad niet heeft besloten ze vrij te geven.

Het gemeenschappelijk standpunt, GS 931 bepaalt eveneens, zoals destijds door België gevraagd, dat de namen van de op de lijst geplaatste personen, groepen en entiteiten regelmatig en ten minste om de zes maanden herbekeken worden. Tot op heden werden aan de bevoegde Raadsinstantie nog geen nieuwe elementen voorgelegd die van aard zouden zijn om de verdere opname van de MKO op de lijst als ongerechtvaardigd te beschouwen.

A contrario werden tot op heden aan dezelfde instanties nog geen voldoende elementen voorgelegd om Hezbollah op de lijst te plaatsen.

Herman Van Rompuy (CD&V): Het blijft dan toch merkwaardig dat het Europees Parlement een andere mening is toegedaan, zeker voor de Iraanse organisatie. Nu, wat betreft de koepelorganisatie, de NCRI, heb ik de kans gehad om heel uitgebreid met de voorzitster daarvan te spreken in Parijs, mevrouw Rajavi. Dat is wel een heel indrukwekkend onderhoud geweest, althans wat mij betreft. Men heeft hier te doen met een seculiere organisatie die opkomt voor democratie en mensenrechten, niet alleen in naam. De situatie van de mensenrechten in Iran, voor al diegenen die zich daarover goed laten informeren, is dramatisch. Het kan zijn dat een aantal gevallen op een bevredigende manier onder internationale druk werden opgelost. Het is echter in elk geval een regime dat verwerpelijk is in menig opzicht. De voornaamste democratisch georganiseerde oppositiepartij waarvan de moedjahedin een onderdeel vormt is in mijn ogen – en u hebt het trouwens net ook gezegd – zeker het steunen waard.

Ik kan alleen maar zeggen dat internationale juristen, onder meer Belgen, zeker Eric David die wel een zekere reputatie heeft, op basis van de criteria die normaal worden gehanteerd tot een andere conclusie komen en dat het Europees Parlement, eer het ervoor pleit om een organisatie van de terroristische lijst te schrappen, ook niet over één nacht ijs is gegaan. Ik blijf dus toch bij het pleidooi om ten opzichte van dat regime, dat eigenlijk een schande is voor de mensheid, al diegenen die het bestrijden zoveel mogelijk te steunen. De nationale raad is natuurlijk één orgaan maar de gewapende arm is daar een andere van. Zelfs daarvan zegt het Europees Parlement echter dat het hem niet wil opnemen en internationale juristen zeggen dat hij niet aan de criteria beantwoordt.

Minister Karel De Gucht: Het grote probleem, mijnheer Van Rompuy, in die discussie over de lijst van terroristische organisaties is altijd dat het gemeenschappelijk standpunt omschreven is in juridische termen terwijl natuurlijk het al of niet opnemen van een organisatie op zo’n lijst ook in zeer belangrijke mate een politiek element in zich draagt. Recentelijk is opnieuw de vraag gesteld in verband met de Hezbollah in Libanon. Als men dat concreet bekijkt, ziet men zeer goed dat daar een verstrengeling is van juridische en politieke elementen. Dat is een eerste element van antwoord.

Ten tweede, men moet unanimiteit hebben om een einde te maken aan de opname van die lijst. Dat is natuurlijk het verschil met een parlement. Een parlement stemt over iets. Het resultaat van de stemming is hoe het parlement erover denkt. Wanneer het gaat over een regering of over een Europese instantie zoals de Raad, ligt dat natuurlijk wel enigszins anders.

Ten derde, men stelt geregeld vast dat bijvoorbeeld betogingen, ook in Brussel, worden georganiseerd onder een andere mantel – ik wil het geen dekmantel noemen –, namelijk onder de mantel van een Iraanse vrouwenorganisatie, terwijl men in de praktijk vaststelt dat ook heel wat mensen die bij de MKO betrokken zijn, deel uitmaken van de organisatie of van de betoging zelf. Men heeft daar dus wel een ineenstrengeling van elementen. Ik herhaal dat het voornaamste punt is dat er een nieuwe consensus moet groeien binnen de Europese Unie. Dat is natuurlijk het cruciale element.

Herman Van Rompuy (CD&V): Mijnheer de minister, ik heb het niet gezegd, maar u hebt er zelf allusie op gemaakt. Men onderhandelt nu met Iran over de uitermate belangrijke en gevoelige kwestie van het verrijkte uranium. Dit is een van de belangrijkste kwesties van de wereldvrede: in het kruidvat van de wereld dreigt men een nieuwe nucleaire mogendheid te krijgen, een mogendheid die door niemand gecontroleerd wordt.

Ik neem aan dat in die delicate onderhandelingen over zo’n gevaarlijk onderwerp het uit de lijst van terroristische organisaties schrappen van de moedjahedien voor sommigen te veel kan zijn. Dat is de politieke context. Ik ben mij daarvan goed bewust.

Of het bestrijden daarvan, zelfs met alle middelen, door het Iraanse regime iets erg legitiem is - zonder dat men strijder of freedom fighter voor de democratie overal ter wereld hoeft te zijn -, is een ander debat. Ik wilde u alleen, voor zover nodig, gevoelig maken voor dat onderwerp. Wanneer de gelegenheden zich zouden voordoen en er zich een nieuwe consensus zou aftekenen - ik herhaal dat ze ook in de Verenigde Staten op de lijst van terroristische organisaties staat - hoop ik dat België zich daar iets toe zou bijdragen.

Minister Karel De Gucht: Collega, ik ben het daarmee eens. Ik heb over die nucleaire aangelegenheid, die, zoals u terecht stelt, wellicht een van de belangrijkste dossiers op de wereldagenda is op dit ogenblik, en over het probleem van de mensenrechten in nogal duidelijke termen mijn mening gezegd tegen de Iraanse hoge vertegenwoordigers die op bezoek waren. Het gevolg daarvan was dat binnen 24 uur onze ambassadeur in Teheran op het matje werd geroepen. Ik ben daarvoor dus wel degelijk gevoelig.

Herman Van Rompuy (CD&V): Als daar verder toe kan worden bijgedragen, dan heeft deze vraag enige zin gehad.

De voorzitter: Het heeft dus effect gehad, met vereende krachten.

Het incident is gesloten.


 

blog comments powered by Disqus
Hits: 2432
Laatste aanpassing ARTIKEL
Woensdag 08 Februari 2012 04:00


U moet ingelogd zijn om commentaar te geven. Eerst registreren als u nog geen account hebt.

busy

  

IranActua Nieuws

Content