| | UTRECHT - De Volkskrant is in een artikel genaamd 'Teheran zwijgt over moordpartij 1988' teruggekomen op de massamoord van 20 jaar geleden dat in Iran plaatsvond, waarbij tussen enkele duizenden tot 30.000 politieke gevangene geëxecuteerd werden.
LEES OOK: "20 jaar na 'bloedbad' van 10.000-den politieke gevangenen"
|
Teheran zwijgt over moordpartij 1988
In 1988 zijn in Iran duizenden politieke gevangenen gedood. De opdracht voor hun executies kwam van ayatollah Khomeini. Voormalige Iraanse politieke gevangenen die nu in Nederland wonen, hebben een herdenkingscomité opgericht voor de slachtoffers van 1988.
Zijn vinger glijdt langs de gezichten. ‘Die is geëxecuteerd, die ook, en die* ja, hij ook. Daar sta ik.’
Hassan Sarfaraz (55) laat een foto zien van het voetbalteam waarin hij speelde toen hij in de gevangenis zat. Niet lang nadat ze voor de fotograaf hadden geposeerd werden zes spelers omgebracht door de beulen van het theocratische regime in Teheran.
Sarfaraz’ vroegere teamgenoten waren slechts enkele van de duizenden Iraanse politieke gevangenen die twintig jaar geleden de dood vonden bij een zuivering in opdracht van ayatollah Khomeini.
Sarfaraz overleefde en kwam op vrije voeten, al moest hij zich na zijn vrijlating wekelijks bij de autoriteiten melden. Hij dook onder en slaagde er halverwege de jaren negentig in naar Nederland te vluchten, waar hij politiek asiel kreeg.
Nabestaanden van gedetineerden die minder geluk hadden dan Sarfaraz weten nu nog steeds niet waar hun familieleden begraven liggen en krijgen geen kans hen in het openbaar te herdenken. Wie de slachtoffers waren of hoeveel doden er zijn gevallen is nooit bekendgemaakt; de Iraanse autoriteiten doen er het zwijgen toe. Om aandacht te vragen voor de verzwegen moordpartij vertelt Sarfaraz over de bloedige gebeurtenissen van 1988.
Het was het jaar waarin een einde kwam aan de achtjarige oorlog tussen Iran en Irak, die het regime van Khomeini danig had verzwakt. Uit angst voor de binnenlandse oppositie en om de hardliners in zijn omgeving te paaien, vaardigde Khomeini een fatwa uit waarin hij opriep tot het doden van alle gedetineerde mujahedin in het land. Het was de opmaat voor een massale moordpartij onder tegenstanders van het regime.
Sarfaraz zat in de zuidwestelijke stad Shiraz een straf van tien jaar uit omdat hij actief was geweest voor de marxistische oppositiegroep Fedayeen e-Khalq. Zelf was hij nooit aanwezig bij executies, maar van medegevangenen hoorde hij dat gedetineerden werden gedwongen andere gevangenen met een touw te wurgen, dat granaten in cellen werden gegooid. In zijn gevangenis werden in korte tijd honderden mannen vermoord, onder wie de zes voetbalmaten van Sarfaraz.
In dezelfde gevangenis zat Jahangir Esmailpur (50). Hij vertelt dat hij geblinddoekt werd verhoord, dat er eindeloos naar zijn politieke en religieuze opvattingen werd gevraagd, dat hij in een isoleercel werd gedumpt, dat hij werd geschopt en geslagen, met een zweep afgerost. Door telkens met zijn ondervragers in discussie te gaan wist hij zijn leven te rekken.
Esmailpur en Sarfaraz zeggen dat zij hun leven te danken hebben aan de binnen- en buitenlandse druk op Teheran, die ontstond nadat ayatollah Hussein Ali Montazeri, de gedoodverfde opvolger van Khomeini, openlijk kritiek had geuit op Khomeini’s fatwa.
Na twee maanden stopte het moorden en gingen de celdeuren open voor degenen die hun straf hadden uitgezeten. Ook Esmailpur kwam vrij, maar hij voelde zich niet meer veilig in Iran en ook hij vluchtte naar Nederland.
Amnesty International gaat ervan uit dat bij de zuivering in de zomermaanden van 1988 meer dan 4.600 politieke gevangenen zijn gedood; in kringen van Iraanse oppositiegroepen wordt gesproken over 30 duizend slachtoffers.
Iraanse gevangenisfunctionarissen hebben tegenover VN-rapporteurs verklaringen afgelegd met gruwelijke details van de moordpartij. Ze vertelden hoe ongewenste antwoorden op vragen als ‘Bent u bereid uzelf op te blazen voor de islam?’ werden bestraft met executie. Een veelgebruikte methode was ophanging aan een hijskraan; aan één kraan bungelden soms zes slachtoffers.
'In de gevangenis is mijn leven kapotgemaakt', zegt Esmailpur. 'Ik denk voortdurend aan de dood. Ik slik antidepressiva. En Teheran doet alsof er toen niks is gebeurd. De jonge generatie in Iran weet van niets.'
In Nederland wonende voormalige Iraanse politieke gevangenen hebben een herdenkingscomité opgericht voor de slachtoffers van 1988. Damon Golriz, lid van het herdenkingscomité, stelt dat verscheidene uitvoerders van Khomeini’s fatwa momenteel hoge posities bekleden in de politiek en het rechterlijk apparaat.
Een van hen is volgens hem de huidige Iraanse minister van Inlichtingendiensten, Gholam Hossein Moseni-Ejeie, die in 1988 een hoge functie had bij de rechterlijke macht.
Golriz hoopt dat westerse landen zich willen inspannen om de verantwoordelijken voor de moordpartij voor het Internationaal Strafhof in Den Haag te krijgen en dat Nederland daarbij het voortouw neemt.

Woensdag 08 Februari 2012 03:43