Irak: Geen Iraniër in nood van bescherming mag naar Iran gestuurd worden tegen zijn wil
In zijn brieven heeft Amnesty International beide regeringen erop herinnerd dat leden van de PMOI in Irak 'beschermde personen' zijn onder internationale humanitaire wet en, daarom, zij niet uitgezet of onder dwang teruggestuurd mogen worden naar Iran.
In zijn brieven aan Irakese Premier Nuri Kamil al-Maliki en VS Staatssecretaris Condoleezza Rice heeft Amnesty International zijn bezorgdheid uitgedrukt over de recente verklaringen van hoge Irakese ambtenaren dat kritiek hebben geuit op de aanwezigheid van leden van de PMOI (ook bekend onder Mojahedin Khalq Organisatie - MKO) in Kamp Ashraf in Irakese noordelijke provincie Diyala. Op 3 juli 2008 heeft Abd al-Aziz al-Hakim, hoofd van Islamitische Hoge Raad van Irak (ook bekend onder Islamitische Hoge Raad van Islamitische Revolutie in Irak (SCIRI), red.), één van de belangrijkste politieke partijen vertegenwoordigd in het Irakese regering, meermaals gezegd dat "MKO's aanwezigheid in Irak geen enkele legale of internationale beschermingen heeft," en heeft de organisatie beschuldigd van "hulp en medeplichtig in het doden van Iraqi's tijdens het voormalige regime...." Er werd ook gemeld dat hij de MKO heeft beschuldigd van het proberen van "olie op het vuur te gooien" in het sektarische conflict in Irak en het houden van een "agressieve positie tegenover het parlement en gekozen nationale regering."
Eerder, op 18 juni 2008 heeft een woordvoerder van het Irakese regering Ali al-Dabbagh gezegd dat het Irakese Kabinet "heeft besloten om de nadruk op eerder genomen besluiten betreffende de MKO te leggen, dat zij een terroristische organisatie zijn en Irak moeten verlaten."
Amnesty International dringt beide regering erop aan dat ze dringend hard verzekeren dat zij de gedwonge terugkeer naar Iran zullen voorkomen voor alle Iraanse vluchtelingen en asielzoekers, die zich nu in Irak bevinden, en die een groot gevaar lopen om daar gemarteld of vervolgd te worden, met inachtneming van de beginselen van nonrefoulement.
De organisatie benadrukt dat voordat elk definitief besluit genomen wordt om een individu terug naar zijn land van herkomst te sturen, er een onafhankelijke, individuele beoordeling plaats moet vinden over het potentiële gevaar van serieuze mensenrechtenschendingen, inclusief de doodstraf en marteling. Geen individu mag teruggestuurd worden, hetzij rechtstreeks, hetzij via een derde land, naar een situatie waar er een groot gevaar van marteling en andere serieuze mensenrechtenschendingen bestaat.
Amnesty International dringt erop aan dat de Irakese en VS autoriteiten samen moeten werken met UNHCR, en anderen indien van toepassing, om een bevredigende oplossing op lang termijn te vinden voor de situatie van leden en sympathisanten van de PMOI die zich momenteel in Kamp Ashraf bevinden.
Achtergrondinformatie
Amnesty International houdt toezicht op de situatie van leden en sympathisanten van de PMOI in Kamp Ashraf. Na de VS-geleide militaire interventie in Irak in 2003 hebben zowat 3400 leden van de PMOI zich laten ontwapenen door de VS-kracht in Kamp Ashraf. Sindsdien zijn PMOI-leden levend in het kamp, dat beheerd wordt door de MNF, "beschermde personen" onder Artikel 27 van de 4de Conventie van Genève dat elk uitlevering of gedwongen terugkeer naar Iran voor zolang de VS-geleide Multinational Force (MNF) zich in Irak bevindt.
U moet ingelogd zijn om commentaar te geven. Eerst registreren als u nog geen account hebt.
















Woensdag 08 Februari 2012 03:37